Als een ouder of beide ouders de zorg voor hun kind(eren) niet meer aankunnen en er wordt geconstateerd dat de ontwikkeling van het kind in gevaar komt, dan kan de kinderrechter op verzoek van de Raad voor Kinderbescherming of op verzoek één van de ouders, bepalen dat een minderjarige onder toezicht moet worden gesteld.

Er wordt dan een zogenaamde gezinsvoogd aangesteld, die zeggenschap krijgt over wat er met uw kind dient te gebeuren en hoe zaken moeten verlopen. Dit kan een grote inbreuk zijn op uw gezinssituatie.

In principe blijft een kind dat onder toezicht gesteld is, gewoon thuis wonen.

Echter, als dat voor de verzorging en opvoeding van het kind noodzakelijk is, kan de gezinsvoogd (of de Raad voor de Kinderbescherming) de rechter verzoeken om het kind uit huis te plaatsen. De rechter bekijkt of uithuisplaatsing nodig is en bepaalt hoe lang die mag duren. Het kind wordt dan bijvoorbeeld voor een aantal maanden bij een pleeggezin geplaatst. De ouders worden in alle gevallen gehoord door de rechtbank en kunnen zich laten bijstaan door een advocaat.

Wij adviseren u bij een verzoek tot ondertoezichtstelling, dan wel uithuisplaatsing altijd een advocaat in te schakelen. De praktijk wijst uit, dat de zaken vaak anders liggen dan door de instanties (Raad voor de Kinderbescherming en jeugdbescherming) wordt gesteld. Ook worden bepaalde situaties niet in de juiste context geplaatst of niet voldoende genuanceerd. Uw advocaat kan de rechter hierop wijzen en zo bewerkstelligen dat het niet tot een ondertoezichtstelling of een uithuisplaatsing hoeft te komen.

Ook wijst de praktijk uit dat ouders in een voor hen beladen proces als een ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing niet altijd de juiste keuzes maken.

Neem daarom zo spoedig mogelijk contact met ons op als u van de rechtbank een oproep ontvangen heeft om gehoord te worden naar aanleiding van een verzoek tot ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing van uw kind(eren).